Vredespark Almelo
 
 
 
 

Soldaat Tanke, J. M. A. (Johannes)

door Bert-Jan Dierink


Jan Tanke werd geboren op 6 januari 1927 als 4e kind in het gezin van Wilhelmus en Johanna Tanke. 
Hij was 22 jaar hij toen hij sneuvelde als dienstplichtig soldaat in Indië. 

In 1947 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en hij werd ingedeeld hij het 5-5 R.I. Omdat de meeste soldaten uit Twente en de Achterhoek kwamen hadden ze als bijnaam De Tukkers.
Ze hadden in hun embleem een afbeelding van het Twentse Ros opgenomen.

 Op dat moment was hij verloofd en woonde bij zijn ouders thuis aan de Paradijsweg 40 in Almelo. Hij werkte bij zijn vader als bankwerker die een smederij aan huis had. In zijn jeugd was hij lid van de katholieke Verkenners, een onderdeel van de Nederlandse padvinders. Na een opleiding van 5 maand in Schalkhaar waar hij o.a. werd opgeleid als P.A.G bediende (pantser afweer geschut)

In verband met de uitzending naar Indië hielden ze 3 afscheidsparades. Omdat het merendeel van de soldaten uit Overijssel en de Achterhoek kwamen werden deze gehouden in Enschede, Zwolle en Deventer.

Op 17 december 1947 vertrok hij uit Rotterdam met de MS Zuiderkruis, een troepenschip dat plek bood aan 1700 man. Dienstplichtigen gingen voor 2,5 tot 3 jaar lang naar Nederlands Indië zonder verlof!

 Op 16 januari 1948 kwam hij aan in Semarang, Nederlands Indië. Omdat die stad geen haven heeft werden ze ontscheept met een landingsvoertuig. 

Na een korte rimboetraining werd hij ingezet op de voorposten. Daar moesten ze dag en nacht patrouilles lopen van twaalf uur of langer. Vooral overdag was het bloedheet. Desondanks konden ze voor de bevolking nog wel iets betekenen, ze hielpen daar waar het mogelijk was.

Ondertussen ging de dienst met de daarbij komende vijandelijke schermutselingen gewoon door. Dat leidde er toe dat het 5-5 R.I de Sultanaten Solo en Doka binnentrokken.
Het bataljon kreeg opdracht, de verbinding met de bij Djocja gelande para`s tot stand te brengen, dit klaarden ze in een snelle actie.
Met een zware mitrailleur moest hij de konvooien beschermen. Deze waren ter bevoorrading van de om Djocja heen liggende voorposten en om ervoor te zorgen dat de gewonden snel in het hospitaal kwamen en de gesneuvelden werden afgevoerd.

Op zondag 22 mei, word hij door zijn kapitein in een pantservoertuig, ‘pantserknots’ genaamd, geplaatst voor het eerst sinds hij in Indië is. 
Zijn dienstmakker maakt nog een grapje dat hij goed geslijmd heeft bij de kapitein en dus zo bij hem in de pantserknots mag zitten. De pantserknots rijdt zoals altijd vooraan, gevolgd door brencarriers waarin hij normaal altijd zat. Daarachter reden enkele drietonners met bevoorradingen en infanteristen.

Rond 8 uur die ochtend nadert de colonne het dorpje Serut. De colonne moet halthouden voor een verdachte plek in de weg. 

“Volkomen onverwacht barst de hel los. Het geweld van een verschrikkelijke explosie scheurt de stille ochtend aan flarden”

Zo beschrijft een ooggetuige. De pantserknots wordt door een trekbom, gemaakt van een vliegtuigbom van 250 kg, die in een duiker onder de weg is verstopt, de lucht in geslingerd. 
Pantserknotsen waren rondom goed beschermd door een dik stalen pantser. Het was echter bekend dat de ongepantserde bodemplaat bij dit type voertuig het zwakke punt was. Tegen de trekbom bood de laag zandzakken op de bodem onvoldoende bescherming. 
Een stortregen van stof, stenen en brokken metaal daalt neer. 

De gevolgen zijn vreselijk. 

Van de negen militairen aan boord van de pantserknots zijn er zeven op slag dood. Zijn dienstmakker die s ’morgens nog had gezegd tegen Johnny dat die het mooi voor elkaar had dat die bij de kapitein in de pantserknots mocht zitten zag Johnny Tanke naast de pantserknots liggen en rende naar hem toe. 

Johnny stierf binnen enkele minuten aan interne bloedingen. 

Een sergeant van de veldgenie is zwaargewond. De doden zijn kapitein Evert Roering, sergeant Frans Timmerman, korporaal Lambertus Tuenter, de soldaten Wim Buiting, Wicher Huisman en Theo Schoonheden, en soldaat 1e klasse Johnny Tanke, allen van 5-5 RI en sergeant-majoor Frederik IJspaard van de 5e Genie Veldcompagnie.
 
Direct na de explosie wordt het konvooi vanuit het zijterrein door vrijheidsstrijders onder vuur genomen. Ook in de brencarrier die achter de pantserknots reed was een slachtoffer gevallen. 

De negen doden worden al de volgende dag, maandag 23 mei 1949, begraven op de begraafplaats, het Ereveld Candi, in Semarang. Elke kist wordt gedragen door kameraden en er worden talloze bloemenkransen meegevoerd.

Momenteel zou zo`n voorval dagen lang het nieuws beheersen. Uit de archieven van de dagbladen blijkt mij dat er bijna geen aandacht aan besteed was. Ik heb een paar kleine stukjes in kranten kunnen vinden. Journalisten waren er niet bij de soldaten in Indië.


In totaal kwamen er 37 soldaten van het 5-5 R.I om het leven tijdens de acties in Indië. Het aantal gewonden was 99. 

Met de MS. Nelly kwamen de soldaten van het 5-5 R.I op 1 mei 1950 aan in Rotterdam . Op 9 november van dat jaar krijgen de ouders van Johnny Tanke fl. 170, - overgemaakt. Dit was het bedrag dat hij had opgebouwd aan premies........
 
In mei 1950 word Johnny postuum onderscheiden met de medaille ‘’orde en vrede’’ de medaille en oorkonde en krijgen zijn ouders thuis gestuurd.




Bron: oorlogsgravenstichting.nl, indie-1945-1950.nl, B. J. Dierink

Klik naar boven  ,  naar startpagina of naar lijst Gesneuvelde Almelose Militairen Nederlands-Indië