Vredespark Almelo
 
 
 
 

Winterhulp

bron: Winterhulp.info, Wikipedia.nl.

"Ik (Seyss-Inquart) richt hierbij op: de stichting Winterhulp Nederland", proclameerde 22 oktober 1940 de Rijkscommissaris. 

Dit was het begin van Winterhulp Nederland, een omstreden stichting, opgericht door de Duitsers voor de minder bedeelden onder de bevolking die een extraatje tijdens de barre winter wel konden gebruiken, want onder het Nationaal-Socialisme kon en mocht niemand het slecht hebben.

De leiding was in handen van de zakenman Carel Piek, geen lid van de NSB, maar wel pro-Duits ingesteld. 

Deze directeur-generaal Piek hoefde alleen verantwoording af te leggen aan de rijkscommissaris Seyss-Inquart. 

In het oprichtingsdecreet stond "Het is de taak der Stichting om de in het bezette Nederlandse gebied levende behoeftige Nederlandse staatsburgers zonder aanzien des persoons hulp en ondersteuning te verschaffen". 

Dat "zonder aanziens des persoons" moet men niet zo letterlijk nemen, want in het begin van de oorlog kregen de joden ook steun van de Winterhulp, maar naar mate de oorlog verstreek en de Jodenvervolging begon, werden zij uitgesloten van steun van de Winterhulp. 

De Winterhulp was een poging van de bezetter in contact te komen met brede lagen van de bevolking en een nauwere samenwerking tussen de Duitsers en Nederlanders tot stand te brengen.

Bij de bevolking wekte de Winterhulp ergernis, omdat deze organisatie in de plaats kwam van de particuliere liefdadigheidsorganisaties. 

Vele posters werden beklad met de bekende leus "Geen knoop van mijn gulp voor de Winterhulp". 

Chantage bleek nodig om het geld uit de Nederlandse zakken te kloppen. 

Men probeerde de bevolking te paaien met speldjes in de vorm van onder andere bloemen, molens en sprookjes.  Ondernemingen kregen brieven, die sterk op het gemoed moesten inspelen, met lijsten kwamen de collectanten aan huis. 


Ook moesten ondernemers 5% van hun winst afstaan en de werkende bevolking werd gevraagd 10% van hun loonbelasting te doneren. 


Naar buiten toe werd krampachtig de indruk gewekt dat de Winterhulp geen nationaal-socialistische aangelegenheid was. 


Ondanks de schijn van onpartijdigheid werd WHN toch als een Duits initiatief beschouwd. De overeenkomsten met het Duitse Winterhilfswerk waren daarvoor te duidelijk. De Duitse bezetter noemde de Winterhulp ronduit een fiasco.  Alleen NSB-leden toonden zich enthousiast voor de Winterhulp. De gewone burger beschouwde een gift of medewerking aan de Winterhulp een vorm van collaboratie.

Winterhulp was er in meerdere landen. 

In Duitsland was er de Winter Hilfs Werk in België de Winterhulp en Secours a Hiver.
De lucifersboekjes waren in eerste instantie bedacht voor de Belgische Winterhulp, maar werden ook uitgedeeld aan donateurs in Nederland.

Naarmate de oorlog vorderde, distantieerde Winterhulp (België) zich nog méér van de Militärverwaltung en werd ze door de bevolking in grote mate aangevoeld als een eigen, Belgisch organisme. 

De door de Militärverwaltung beoogde propaganda die aan de Duitsers ten goede moest  komen, bleef in België dan ook achterwege. 

Hierin onderscheidde de organisatie zich van Winterhulp Nederland die hopeloos verstrikt raakte in de collaboratie.



 Klik naar boven of naar startpagina