Vredespark Almelo
 
 
 
 

Marinier Jannink, J. F. G. (Jan)

Als 19 jarige werd Jan Jannink opgeroepen om als gewoon dienstplichte zijn dienst te vervullen bij de Mariniers Brigade (MarBrig).
21 februari 1947 kwam hij daadwerkelijk in dienst.

Na een half jaar opleiding gehad te hebben in Tilburg ging hij met zijn maten naar Rotterdam om ingescheept te worden richting Nederlands Indië.

Aangekomen in de haven zagen hij en zijn collega's een prachtig groot schip. DAAR wilden zij wel op mee!
Helaas was hun schip een ander... De Kota Inten... ze moesten over de kade naar beneden kijken om het schip te zien liggen. En dat voor 1700 militairen..... 4 weken lang op een kluitje....


24 september 1947 kwam hij na een lange en spannende reis aan in Nederlands Indië.
Hij en zijn collega mariniers kregen 5 dagen om te acclimatiseren.

13 oktober 1947 werd hij geplaatst bij zijn eerste eenheid. Het Genie  Bataljon. Om begin februari 1948 geplaatst te worden bij het 5e Infanterie Bataljon. 


Eten

Marinier Jannink heeft de rest van zijn leven geklaagd over harde koekjes. 
Als de veldkeukens en kantinewagens kwamen, was de eenheid van marinier Jannink al weer onderweg naar hun volgende klus.
Het gevolg was dat ze vaak de harde koekjes/crackers hadden uit hun noodrantsoen.
Deze knetterharde dingen zorgden ervoor dat je tandvlees kapot ging.
De rest van zijn leven waren harde koekjes niks voor hem.

Om toch te voorzien in een beetje afwisseling in de maaltijden, gingen de mariniers regelmatig op zwijnenjacht. Zo kregen ze toch een stukje vlees bij de rijst.
Blijkbaar gebeurde dit vaker, zoals te zien is op de onderstaande foto's van een landmacht eenheid.

Geld

Tijdens een patrouille kwamen de mariniers in een verlaten tempel.
In deze tempel vonden ze een versterkte kist vol met geld.
Helaas was het geld als "niet meer geldig betaalmiddel" verklaard en dus niks meer waard.
Marinier Jannink en zijn collega's treurden niet lang, namen wat van het geld als souvenir voor het thuisfront en de rest gebruikten ze als aanmaakmiddel voor een vuurtje. (misschien om een geschoten varken te roosteren?).

Een paar weken later was het tijd om de wedde (salaris) uitbetaald te krijgen.
EN???? 
Marinier Jannink kreeg uitbetaald in het zelfde geld als dat hij een paar weken daarvoor gebruikt had om een vuurtje mee te stoken....
Het type biljetten was weer in gebruik genomen......
(het geld wat hij naar huis had gestuurd als speelgeld voor de neefjes en nichtjes werd op zijn verzoek weer retour Nederlands-Indië gestuurd.....)

De Trekbom

Hij maakte deel uit van het 4e Infanterie Bataljon toen hij in 1949 gewond raakte.

Hij reed als bijrijder/bewaker mee in een jeep die een officier moest afzetten bij het hoofdkwartier. 

Marinier Jannink was tegen deze rit omdat ze de hele week al deze route hadden gereden. Hij stelde een alternatieve route voor.
De officier wilde van geen wijken weten, misschien geen zin om om te rijden?
De jeep reed op een trekbom, of zoals dat tegenwoordig heet: een IED.

Naar huis

Na een geruime tijd in het ziekenhuis van Soerabaja te hebben gelegen, werd hij geschikt voor transport naar Nederland bevonden.
Met de Johan van Oldenbarnevelt ging hij terug.

Eenmaal terug in Nederland kwam hij in het militaire hospitaal te Leiden terecht.

Toen hij ontslagen werd uit het ziekenhuis heeft hij zijn Indië verhaal 1x verteld aan zijn zus. Dagen en nachten heeft hij hierover gedaan.

Daarna was het boek gesloten. Alleen de leuke dingen werden nog verteld.

Toen hij nog herstellende was, ontmoette Jan zijn grote liefde Jo Vreeling.  Zij trouwden en kregen 4 kinderen en 4 kleinkinderen.

Tot de dood van Jan in 2004 kwamen er heel af en toe nog kleine scherven van de bom uit zijn arm. 
De kleine scherven in zijn oog bleven zichtbaar.
Deze konden niet verwijderd worden omdat de artsen bang waren voor blijvende schade. Doordat de scherven ingekapseld waren konden ze geen kwaad. Maar hij bleef er altijd last van houden.


Onderscheidingen:

Marinier Jannink heeft de volgende onderscheidingen ontvangen:
Ereteken voor Orde en Vrede met jaargespen: 1947, 1948 en 1949

Het Ereteken Orde en Vrede is bedoeld voor militairen van de 3 krijgsmachtonderdelen en van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

Zij moeten in Nederlands-Indië en de aangrenzende zeegebieden tussen 3 september 1945 en 4 juni 1951 ten minste 3 maanden in werkelijke dienst zijn geweest. 

Oorspronkelijk liep de toekenningsdatum tot 27 december 1949. Dat is de datum van de soevereiniteitsoverdracht.
40 jaar later is deze periode verruimd tot 4 juni 1951.
Nederlandse troepen hielpen namelijk nog tot die tijd bij het overdragen van bestuurlijke en politionele functies aan Indonesische vertegenwoordigers. En ook bij het evacueren van duizenden Nederlandse onderdanen die de nieuwe Republiek Indonesië uit wilden.

Op het lint van de medaille kunnen jaargespen gedragen worden.
Militairen die (in militair verband) tegen kwaadwilligen moesten optreden krijgen deze gespen toegekend.
Onafhankelijk van de tijd van actie wordt voor elk jaar een gesp verleend.

Draaginsigne Gewonden:

Het Draaginsigne Gewonden (DIG) wordt uitgereikt aan militairen en veteranen die onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesoperaties lichamelijk of psychisch gewond zijn geraakt.
Het DIG is voor deze militairen en veteranen een belangrijke vorm van erkenning; voor hun militaire inzet en de offers die zij daarbij hebben gebracht.



Wapens van de MarBrig (en Marinier Jannink)

De Johnson, de Garand en de M1 karabijn (vLnR). De persoonlijke wapens van Marinier Jannink.

Tijdens zijn opleiding in Tilburg had Marinier Jannink een M1941 Johnson geweer. In Indië aangekomen kreeg hij een M1 Garand. Tot zijn grote vreugde kreeg hij al snel een M1 karabijn. Deze woog duidelijk minder dan de eerst genoemde geweren. En gaf zijn wapen al snel de bijnaam "het boormachientje".

Veel patronen hadden de mariniers niet bij zich. 1 magazijn (15 schoten) in het wapen en 2 in een foedraaltje aan de riem. Bij de M1 karabijn hoorde de M4 bajonet. 

De MarBrig had verschillende voertuigen met wapens. Op de foto hierboven staat Marinier Jannink achter een .50 Browning M2 machinegeweer gemonteerd op een International Harvester M5-6 truck.

Marinier Jannink moest regelmatig gebruik maken van "Amtrac's" (Amfibische tractor), de Landing Vehicle Tracked (LVT).
Deze LVT's waren uitgerust met twee .30 machinegeweren en een .50 machinegeweer.

Op de linker foto staat de LVT "De Meermin" , een LVT waar marinier Jannink regelmatig op mee reed, ZIJN Amtrac.
Rechts een LVT op weg naar het strand.

Naast IN een LVT ging marinier Jannink soms ook ACHTER een LVT richting  de kust.
Op de foto rechts, zit marinier Jannink in de linker kano.

Het verloren fotolijstje

Onlangs is een fotolijstje terug gevonden welke tot ver na het overlijden van Marinier Jannink in zijn hobbyruimte aan de muur hing.
Jaren lang had het lijstje daar gehangen, zonder dat iemand wist wat het was (behalve Jan zelf natuurlijk).
In het lijstje zat een gloednieuw borstzakje van een HBT jasje (Haring Bone Twill, visgraadstof).
Niemand weet waarom Jan het stukje stof belangrijk genoeg vond om in te lijsten en op te hangen op de kamer waar hij uren per week doorbracht. 

Was het van zijn laatste HBT-pak wat hij kreeg uitgereikt toen hij het ziekenhuis in Soerabaja verliet???
Immers, voor die tijd heette het Korps Mariniers nog Mariniers Brigade. En op de boot naar Nederland droeg hij zijn nette tropenuniform..... Niemand die het weet.

Wat wel duidelijk is.... Voor Jan gold:  "eens Marinier, altijd Marinier"

Qua Patet Orbis, zo wijd de wereld strekt



Klik naar boven of naar startpagina

Bron:
Wikipedia.nl,
HetDepot.com,
Boordgeld.nl,
Maritiemdigitaal.nl,
Pinterest.nl,
stoomvaartmaatschappijnederland.nl,
J. M. Jannink-Vreeling, 
defensie.nl,
haffmansantiek.nl, 
Jef Heitzer